Medicinale cannabis heeft de afgelopen jaren steeds meer erkenning gekregen als middel tegen verschillende klachten, zoals chronische pijn, slaapstoornissen en misselijkheid bij chemotherapie. Hoewel de associatie met recreatief gebruik nog steeds sterk is, zoals het bezoeken van een coffeeshop in Amsterdam, speelt cannabis een groeiende rol in de medische wereld. In september 2024 is het Nederlandse beleid rond medicinale cannabis bovendien vernieuwd. In deze blog leggen we uit wat dit betekent voor onder andere patiënten, apothekers en producenten.
Patiënten en medicinale cannabis
In Nederland gebruiken meer dan 130.000 mensen cannabis om medische redenen. Slechts een fractie hiervan – minder dan 7.000 – doet dit volgens het Trimbos-instituut op doktersrecept. Veel patiënten kopen hun cannabis via alternatieve kanalen, zoals coffeeshops, vrienden of door zelf te kweken. Het Trimbos-instituut is daarom in 2023 het Medusa-onderzoek gestart en probeert daarmee inzicht te krijgen in waarom patiënten vaak buiten het zorgsysteem om cannabis gebruiken. Factoren zoals beschikbaarheid, kosten en de perceptie dat apotheekproducten minder effectief zijn, spelen hierbij een rol. Het onderzoek verzamelt ook gegevens over de samenstelling van cannabisproducten. Deze inzichten kunnen bijdragen aan een betere afstemming van het aanbod op de behoeften van patiënten, zowel binnen de reguliere zorg als daarbuiten.
Een verandering in het beleid
De nieuwe beleidsregel opiumwetontheffingen is in werking sinds 24 september 2024. Het doel hiervan is om binnen de kaders van de Opiumwet meer mogelijkheden te creëren voor partijen die werken met cannabis. De verruiming is gericht op het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek naar de geneeskundige toepassingen van cannabis en het ondersteunen van de productie van geneesmiddelen waarin cannabis wordt gebruikt. Dit beleid introduceert daarom een nieuw regime voor de handel in medicinale cannabis. Voorheen was de handel beperkt tot een gesloten keten van apotheektoelevering. Dit blijft intact, maar daarnaast worden verhandelingen buiten deze keten mogelijk gemaakt. Dit gebeurt door een zogenoemde Quality Assurance Agreement (QAA) en een meerpartijenovereenkomst.
Bureau Medicinale Cannabis
Met de bovengenoemde overeenkomsten krijgt het Bureau Medicinale Cannabis (BMC) een centrale rol in het geheel. Het BMC wordt echter niet fysiek eigenaar van de producten. Bedrijven met een opiumontheffing kunnen nu via het BMC-cannabisproducten leveren aan onder meer apothekers, onderzoekers en groothandels. Dit kan zowel binnen Nederland als internationaal. Voor wetenschappelijk onderzoek naar de geneeskundige toepassing van cannabis opent dit ook nieuwe deuren.
Toekomstperspectief
De nieuwe beleidsregel maakt een flexibelere markt voor medicinale cannabis mogelijk, zonder de controle over kwaliteit en veiligheid te verliezen. Dit biedt kansen voor innovatieve toepassingen en betere toegang voor patiënten. Tegelijkertijd blijft de noodzaak voor meer onderzoek, zoals het Medusa-project van het Trimbos-instuurt, bestaan om de kloof tussen patiënten en het zorgsysteem te overbruggen. Met het nieuwe beleid en meer wetenschappelijk onderzoek lijkt medicinale cannabis een steeds belangrijkere plek in de zorg te krijgen. Voor patiënten betekent dit hopelijk een toekomst waarin ze makkelijker toegang hebben tot veilige en effectieve behandelingen.





