x

Deel Je Inspiratie

[contact-form-7 id=”139″ title=”Zonder titel.”]

Wekelijkse nieuwsbrief

Laat nu je email adres achter

Top Stories

  • No results available
 

Design voor dummies: hoe maak ik een klassieker?

Design klassieker - Barcelona Stoel

De ultieme beloning voor een designer is natuurlijk een klassieker op je naam te kunnen zetten. En velen zullen een levenlang streven naar het behalen van dat doel. Sommigen denken zelfs dat er een magische formule is voor het maken van een klassieker: kies de juiste kleuren, materialen en vormen, verzin er een catchy verhaaltje omheen en voilà: je hebt een klassieker te pakken. Maar helaas, zo werkt het niet. De status van designklassieker moet gegund worden; je kan het niet zelf creeëren. Hoe dan ook, feit blijft dat er in de geschiedenis heel wat klassiekers zijn gemaakt waar hedendaagse designers heel wat van op kunnen steken. Tijd voor een klein vergelijkend warenonderzoekje van enkele echte klassiekers. Misschien kan de designer van nu hier wat lessen uit trekken. Laten we het gewoon eens proberen met de volgende topstukken: de roodblauwe zitstoel van onze eigen Gerrit Rietveld uit (vermoedelijk) 1920; de Barcelona Chair uit 1929 van Mies van der Rohe, en als laatste de Dining Chairs ontworpen in 1948 door Charles Eames.

Design klassieker - Rietveldstoel

De geschiedschrijving van de eerste stoel leert ons dat Rietveld zelf nooit de intentie had om van zijn beroemde roodblauwe pareltje een designklassieker te maken. Toch heeft de stoel tegenwoordig een ongekende museale status. Rietveld ontwierp de stoel met als voornaamste doel een goedkoop product voor de armlastige massa te maken. Rietveld wilde dat zelfs de arme fabrieksarbeiders die de stoel in elkaar zetten deze konden kopen. Het moest dus niets meer dan een goedkoop gebruiksartikel zijn. En in overeenstemming met dit socialistische ideaal is ook het ontwerp voor de Dining Chairs van Eames ooit verzonnen. Het ontwerp voor de simpele eetkamerstoel was Eames’ inzending voor een wedstrijd van het MOMA in 1948; namelijk de ‘International Competition for Low-Cost Furniture Design’. Eames had een manier gevonden om met industriële technieken en simpele materialen de kosten zo laag mogelijk te houden en zo, net als Rietveld, een goedkoop product voor de massa te maken. En geïnspireerd door Berlage’s ‘Bouwen is Dienen’, wilde ook Mies van der Rohe een stoel maken waarvan ‘de vorm niet het doel moest zijn maar slechts het resultaat van het werk’. Ook Mies had niet als hoogste doel een esthetisch aantrekkelijk object te maken. Integendeel. Hij streefde met zijn ontwerp naar ‘absolute oprechtheid en de afwijzing van alle formele oplichterij’. Hoe ironisch dat de bescheiden ontwerpen van deze heren nu zeer exclusieve designklassiekers zijn waarvoor grof geld betaald wordt.

Design klassieker- dinning chair van Eames

Maar los van de intenties achter de ontwerpen, zijn er nog meer overeenkomsten te vinden tussen deze klassiekers. Als we kijken naar de constructie en het gebruikte materiaal van de stoelen, valt bijvoorbeeld op hoe enorm simpel en rechttoe rechtaan ze alle drie zijn. What you see is what you get. Zo was het idee van de heldere constructie een absolute basisvoorwaarde voor Van der Rohe toen hij zijn Barcelona Chair ontwierp. Hij wilde eerlijk materiaalgebruik met een hoge functionaliteit. Van der Rohe begon zijn ontwerpproces dus niet met nadenken over de vorm van de stoel maar met de juiste toepassing van de materialen. Het moest eerlijk, functioneel en zonder franjes worden. Het zal geen verrassing zijn dat het minimalistische ‘Less is More’ afstamt van de heer Van der Rohe. Maar Rietveld had net zo goed de drager van dit motto kunnen zijn. De jonge Rietveld wilde een stoel die zo simpel van vorm was maar toch zo stevig van constructie dat je er alles mee kon doen en het overal neer kon zetten zonder dat de stoel zelf de aandacht in de ruimte zou opeisen. Door de openheid van de constructie en de rechte lijnen moest de stoel haast een onzichtbaar object in de ruimte worden. De geschiedenis leert dat het lot duidelijk een loopje heeft genomen met Rietveld’s idee voor de eenvoudige zitstoel. Eénzelfde verhaal is van toepassing op de goedkope glasvezelstoelen van Eames. Ook Eames wilde niet zomaar iets ‘moois’ -laat staan een klassieker- maken. Integendeel. Net als Rietveld wilde ook hij een zo simpel mogelijke stoel ontwerpen die gemakkelijk en goedkoop op grote schaal in een fabriek geproduceerd kon worden. Om precies te zijn wilde hij ‘een minimale stoel die gereduceerd was tot de kleinste gemeenschappelijke noemer van de op comfort gerichte materialen’.

Wat vooral opvalt aan de korte analyse van deze drie klassiekers is het feit dat de designers hun stoel niet als doel op zich zagen. Zij hadden niet de intentie met hun stoel een designklassieker op de markt te brengen waarmee ze beroemd konden worden. Zij zagen hun ontwerp als een middel tot een veel groter doel. Eames wilde ‘zoveel mogelijk mensen het beste voor de laagste prijs bieden’. Rietveld wilde dat zelfs de armste fabrieksarbeider de stoel kon aanschaffen. En hoewel de stoel van Mies door het gebruik van leer in een hogere prijsklasse viel dan die van zijn twee collega’s, was hij ook met name gedreven door waarden als eerlijkheid en oprechtheid. Dus hoewel er nog geen vaste formule is gevonden kan er na dit bescheiden onderzoekje heel voorzichtig worden vastgesteld dat het misschien toch niet zo heel moeilijk is om een designklassieker te maken. Want de voornaamste les die hier geleerd kan worden is: hou het simpel en goedkoop, maar vooral: hou je hart op de juiste plek. Van der Rohe, Eames en Rietveld stelden zichzelf niet de vraag: ‘hoe kan ik beroemd worden met een designklassieker?’. Nee. De voornaamste vraag die zij zich leken te stellen was: ‘hoe kan ik met mijn ontwerp de wereld een beetje beter en de mensen een beetje blijer maken?’. En zo simpel kan het dus allemaal zijn.

Geschreven door gastblogger Elisabeth Bos

Wekelijkse nieuwsbrief

Laat nu je email adres achter

Top Stories

  • No results available